Van swipende peuter naar gamende tieners

De leefomgeving van kinderen medicaliseert in rap tempo. Ook bij de allerkleinsten. Of het nu gaat om swipende peuters, aan tablets gekluisterde kleuters of het internet of toys: voor kinderen van nu is spelen met media iets van alledag. Veel ouders beseffen dan ook dat het verstandig leren omgaan met media een steeds belangrijker onderdeel van de opvoeding is geworden. Maar hoe pak je dat als ouder het beste aan?

Veel ouders denken dat hun (jonge) kind iets kan leren van apps. Baby’s van 0 tot 2 jaar kunnen niets leren van een app. De hardware van hun hersens is daar nog niet aan toe. Baby’s ontwikkelen hun brein door ervaringen op te doen in de 3D-wereld, iets wat een plat scherm niet kan bieden.

Kleintjes van 2 tot 6 jaar leren ook niets van apps. Tenminste, als we onder leren verstaan: het lezen van letters, woorden en cijfers. De hardware in het brein van peuters en kleuters kan dat aan vanaf een jaar of 5/6.  Kinderen van 0 tot en met 6 jaar weten de digitale wereld razendsnel te vinden. Ze swipen gemakkelijk naar hun favoriete filmpjes en apps. Die vaardigheid maakt ze echter niet #mediawijs. Jonge kinderen hebben nog moeite om te begrijpen wat ze op een scherm zien en hebben hun ouders nodig om de digitale wereld te ontdekken.  

3/6/9/12-beeldschermregel

De 3-6-9-12-regel werd voorgedragen door de Fransman Tisseron Serge in 2008. Buiten een Master in kinderpsychologie en psychiatrie, is Serge ook een psychoanalist en de onderzoeksdirecteur bij de Quest Nanterre Universiteit in Parijs.  De regel streeft naar het limiteren van het gebruik van technologie door kinderen.

Kinderen zijn op de leeftijd tussen 0 en 3 jaar niet in staat om fictie en realiteit te onderscheiden. Hiervoor zijn ze emotioneel te onvolwassen. Aangezien televisie voor kinderen onder de 3 jaar weinig voordelen biedt, wordt het aangeraden pas televisie te kijken na deze leeftijdsgrens. Televisie zou de ontwikkeling van taal en het geheugen vertragen.

Tot de leeftijd van 6 jaar kunnen videospelletjes gevaarlijk zijn door de verslavende factor ervan. Uiteindelijk kunnen zijn de totale controle over een kind krijgen, waardoor ze ieder tijdsbesef verliezen. Soms spenderen ze uren aan het spelen van videospelletjes, wat hun psycho-motorische ontwikkeling in de weg kan zitten. Deze spelletjes staan erom bekend om meer dan iets anders de totale aandacht van een kind te vragen. Daarom wordt het aangeraden om kinderen hier pas na de leeftijd van 6 jaar mee in aanraking te brengen.

Computers kennen vele gevaren die de ontwikkeling van een kind kunnen beïnvloeden. Voordat ze de leeftijd van 9 jaar bereiken, zijn kinderen niet in staat om veel van de informatie op het internet te verwerken.  Hoe graag kinderen ook een mobiele telefoon zouden willen, voor de leeftijd van 12 jaar zijn ze daar nog niet klaar voor. Net zomin zijn ze er klaar voor om over het web te surfen of eigen profielen op sociale media aan te maken.

Kinderen van 12 jaar en ouder zouden onder scherp toezicht van hun ouders het internet mogen gebruiken, mits er een tijdslimiet gesteld en gehandhaafd wordt.

Kortom, de 3-6-9-12-regel op zichzelf is niet voldoende. Ouders moeten de verantwoordelijkheid nemen en controleren hoeveel tijd hun kinderen spenderen achter een beeldscherm. Ouders moeten hun kinderen leren hoe ze respectvol om kunnen gaan met deze verschillen manieren van communicatie. Alleen op deze manier kunnen problemen in hun ontwikkeling worden voorkomen. 

Doe jij dit? Weet jij waar je tiener zoal naar surft? Praat jij over media gebruik of lopen jullie hiervan weg? 

Wat ik vooral de jongvolwassenen zie doen en wat mij zorgen maakt, is het swipen gaan toepassen in de reële wereld. Ze swipen tussen vriendschappen door en gebruiken (on)bewust deze vriendschappen om hun endorfine gehalte in de hersenen op te krikken. Doordat ze op jonge leeftijd bij mediagebruik die endorfine aanmaak hebben weten te ervaren tijdens het swipen (wat logisch is, daar is immers like’s op sociale media voor ontworpen) zijn zij ervan overtuigd dat in de reële wereld ook de oplossing is. Ja, van tijdelijke aard. Net zoals bepaalde leden van deze generaties vriendschappen en relaties hierdoor ook van tijdelijke aard zijn gaan aanzien. Wat bijzonder jammer is want gelukkig zijn hangt juist af van het kunnen terugvallen op vaste waarde en vriendschappen in je inner-cirkle. Zijn dit er 700 en méér zoals op sociale media? Laat ons hopen van niet. Mijn  inner-cirkle telt er amper 10. Wel een cirkle waarbij ieder op elkaar kan terugvallen. Bijzonder, toch? 

Wij dienen jongeren terug het belang van vriendschappen aan te leren. Dit krijgt zijn toepassing tijdens het opgroeien. Wij volwassenen dienen een ware “poortwachter” te zijn om toe te zien dat onze kinderen het swipend gedrag niet gaan toepassen tijdens vriendschappen. Oprecht interesse tonen in vriendschappen, ook al worden wij buitengehouden in eerste instantie, is belangrijk. Wij mogen aan onze kinderen de vraag stellen hoe Louis het stelt en wat Anne zoal bezig houd. Hoe lang is het geleden dat je dit nog eens gedaan hebt? Dit ouderwets kletsen is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend aan de keukentafel. Onlangs kwam er een man ons bureau binnen en vertelde dat op hun laatste vakantie de kletspotten aanwezig waren en deze ervoor gezorgd hadden mee vast te stellen dat een 20 jarige vriendschappen toch nog wat geheimen kende, maar door de EFFE OFFLINE-pot tot nu toe verleden tijd is. Dit gezin had duidelijk het ouderwets kletsen als nieuwe belangrijke waarde ontdekt. Wist je dat deze kletspotten ook terug te vinden zijn op onze Shop? Wat EFFE OFFLINE allemaal niet kan teweeg brengen!

Winkelwagen